: Cornelis George
: Nauwelijks een kans deel II
: Books on Demand
: 9783756864409
: 1
: CHF 3.50
:
: Romanhafte Biographien
: Dutch
: 344
: Wasserzeichen
: PC/MAC/eReader/Tablet
: ePUB
Ik leef nu in de Martha Stichting, een weeshuis annex internaat in Alphen aan den Rijn. Ik ben zes jaar oud, en de grote zwarte ijzeren poort heeft zich achter mij gesloten. Het geeft hier genoeg te eten en warme kleren heb ik nu ook. Mijn grote zus Coby vermis ik zozeer dat ik tijdelijk in een diepe depressie raak. De leeftijd bedingt wissel in de andere locaties op het terrein van de Martha Stichting, zorgt voor een onrustige tijd. Daarbij komt ook de alsmaar voortdurende wissel van het begeleidende personeel. Ook opvoeders met pedofiele neigingen maakten het leven niet aangenamer en zorgden ervoor dat ik in 1962 in een pleeggezin in Amsterdam terecht kwam. Uiteindelijk leefde ik In Amsterdam bij meerdere pleeggezinnen totdat ik eindelijk bij mijn grote zus Coby mocht wonen. Nu gaat mijn leven de goede kant op. Als NAVO-soldaat in Duitsland vind ik de vrouw van mijn leven, en alles wordt goed.

Cornelis George is een pseudoniem. Hij is geboren 20 juni 1946 in Amsterdam en leeft sinds 52 jaren, nog steeds gelukkig getrouwd, in Duitsland. .

De Martha Stichting


1953


Op de gevelsteen van het Juliana Kindertehuis stond"God heeft met ieder een plan", en ik geloof dat ook. Vandaag ben ik er zeker van dat dit zo is. In de Martha Stichting moesten we elke zondag naar de kerk, de dominee had ons altijd wel iets te vertellen over wat God denkt en wat God ons zou willen vertellen. Ik vroeg me af hoe de pastoor dit allemaal wist. Heeft God met hem gesproken voor we naar de kerk kwamen? En waarom sprak God dan niet rechtstreeks tot ons?

Ik zag menig volwassene een dutje doen tijdens de preek. Daar dacht ik dan niet verder over na, want ze wisten natuurlijk al, wat God op hun deze zondag zou willen vertellen. Na verloop van tijd leerde ik dat ik alleen maar goed hoefde te luisteren om de context te begrijpen. De term"vreze Gods" werd, opzettelijk gebruikt om respect af te dwingen voor de pastoren, priester en dominees om ons angst in te boezemen. Dat was mijn inschatting in ieder geval.

Op een dag moest ik naar een gesprek met het toenmalige hoofd van de Martha Stichting. Daarvoor moest ik eerst douchen, mijn haar werd geknipt, evenals mijn nagels en ook schone kleren werden tevoorschijn gehaald. Dit gedoe alleen al zou zeker genoeg zijn geweest om een kind nog onderdaniger te maken dan het al was. Maar ik moest ook worden voorgesteld als een goed verzorgd en gehoorzaam institutioneel kind. Dat was het idee achter deze actie. Vandaar al die moeite.

Een juffrouw leidde ons van het"kindertehuis" langs het"meisjestehuis". De grootte keuken bevond zich in het midden van het gebouw. Aan de rechter achterkant waren de gemeenschappelijke douche en de wasruimte. Aan het hoofd van het gebouw aan de rechterkant was de kruidenierswinkel voor de afzonderlijke groepen.

De opvoeders hadden een wekelijks budget waarmee ze de koude maaltijden moesten financieren behalve de hoofdingrediënten zoals de warmemaaltijd, lunch en brood. Ze moesten vleeswaren, margarine, en zoetbeleg kopen met hun eigen Stichtingsgeld dat spottend de Martha Gulden werd genoemd.

We liepen rechtdoor over het met bomen omzoomde grindpad in de richting van het grote zwarte hek, en ik kreeg kippenvel over mijn hele lichaam en van schrik kreeg ik tranen in mijn ogen. Op dat moment herbeleefde ik de verschrikkelijke dag dat ik hierheen gebracht werd. Ik wilde niet verder lopen, maar werd zonder mitsen en maren meegetrokken."Loop door jongen, de Dominee houdt niet van wachten. En vooral, stop met huilen, daar kan hij al helemaal niet tegen! Je weet dat je het hier goed hebt, vergeet dat liever niet."

Ze trok me aan mijn oor het pad op en bleef me vertellen hoe goed ik het hier toch had. Maar alles wat ik zag was dit hek, dit angstaanjagende zwarte hek!

De Dominee woonde in een prachtige, grote ne­gentiende-eeuwse villa met een ruime tuin, echt statig. Dus waarschijnlijk geschikt voor het hoofd van de Martha Stichting. Natuurlijk, een dominee moet worden gehuisvest op een manier die past bij zijn stand, en niet in een stal. Zo dachten ze tenminste.

Het beklimmen van de trappen van dit prachtige gebouw vergde al mijn kracht. Toen mijn begeleider de bel luidde, werden mijn knieën steeds zachter. Een meisje in zwarte kleren en met een witte hoof